• Anoniem on
    Bepaling die de werknemer recht geeft op een vaste vergoeding van bepaalde, regelmatig te maken onkosten (onder fiscale werkkostenregeling) » Op Seyst

    Op Seyst

    Downloads

    Bepaling die de werknemer recht geeft op een vaste vergoeding van bepaalde, regelmatig te maken onkosten (onder fiscale werkkostenregeling)

    Het document “Bepaling-die-de-werknemer-recht-geeft-op-een-vaste-vergoeding-van-bepaalde-regelmatig-te-maken-onkosten-onder-fiscale-werkkostenregeling” gebruikt u om een arbeidsovereenkomst te beperken.

    Download hier het document:

    bepaling_vaste_vergoeding_onkosten_onder_fiscale_werkkostenregeling

    Wilt u meer informatie? Neem dan vrijblijvend contact op met Op Seyst, administratie & advies.

     

    3.8a       bepaling die de werknemer recht geeft op een vaste vergoeding van be­paalde, regel­ma­tig te maken onkosten (onder fiscale werkkostenregeling)

     

    1. De werknemer heeft recht op een vaste vergoe­ding wegens regelmatig te maken onkos­ten. De werkgever zal deze ver­goe­ding tegelijk met het salaris uitbe­ta­len. De vergoeding bedraagt €  …,.. (zegge: ………. euro) (bedrag) ­per ……… (betaalperiode).
    2. Voor zover de vergoeding ziet op onkosten als bedoeld in artikel 31a onder 2 van de Wet op de loonbelasting 1964 (ter zake waarvan een vrijstelling van toepassing is), bedraagt de vergoeding, tenzij hieronder uitdrukkelijk anders is overeengekomen, maximaal het bedrag waarop die vrijstelling c.q. die lagere waardering van toepassing is.
    3. De werkgever is bevoegd tot terugvordering van het gedeelte van de hierboven onder 2. bedoelde onkosten­ver­goeding waarvan achteraf mocht komen vast te staan dat daarover loonheffing verschuldigd zou zijn (eindheffing bij de werkgever daaronder nadrukkelijk begrepen).
    4. De vergoeding is gespecificeerd als volgt:
    5. € ………. ter zake van kosten van vervoer per taxi in het kader van de dienstbetrekking;
    6. € ………. ter zake van kosten van tijdelijk verblijf in het kader van de dienstbetrekking;
    7. € ………. ter zake van kosten van onderhoud en verbetering van kennis en vaardigheden ter vervulling van de dienstbetrekking, niet zijnde kosten van inschrijving in een beroepsregister of kosten van outplacement;
    8. € ………. ter zake van kosten van tijdelijk verblijf buiten het land van herkomst in het kader van de dienstbetrekking;
    9. € ………. ter zake van parkeer-, tol- en veergelden inzake de door de werkgever aan de werknemer ter beschikking gestelde auto;
    10. € ………. ter zake van …………………..;
    11. € ………. ter zake van …………………..;
    12. € ………. ter zake van …………………..;
    13. Met betrekking tot de vergoeding van kosten zoals vermeld in lid 4 geldt dat deze door de werkgever vooralsnog wordt aangewezen als vergoeding in de zin van artikel 31 lid 1 sub f van de Wet op de loonbelasting 1964, zodat op deze vergoeding ten laste van de werknemer geen loonbelasting dient te worden ingehouden en eventuele loonbelasting bij wijze van eindheffing ten laste van de werkgever zal komen, voor zover deze het ter zake geldende forfait als bedoeld in artikel 31a lid 2 van de Wet op de loonbelasting 1964 te boven gaat.
    14. De werkgever behoudt zich uitdrukkelijk het recht voor om op enig moment met ingang van het volgende kalenderjaar op de aanwijzing als bedoeld in lid 5 terug te komen. Deze aanwijzing is en blijft uitsluitend ter beslissing aan de werkgever. De werkgever zal omtrent de aanwijzing vooraf overleggen met de ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging, of als er geen ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging is: met de gezamenlijke werknemers.
    15. Indien de werkgever dit ver­zoekt, is de werknemer gehou­den nota’s en beta­lings­be­wij­zen van de ge­maakte onkos­ten te bewaren en aan de werkgever te overleg­gen, teneinde de werkgever in staat te stellen tegen­over de belas­ting­dienst aan te tonen, dat een vrijstelling als bedoeld in artikel 31a onder 2 van de Wet op de loonbelasting 1964 toegepast kan worden, dan wel om de werkgever in staat te stellen om, al dan niet bij wijze van steekproef, het door artikel 31a lid 3 van de Wet op de loonbelasting 1964 voorgeschreven onderzoek te doen.
    16. De on­kostenver­goeding wordt niet uitbe­taald na het verstrijken van een maand na afloop van de maand waarin de arbeid ten gevol­ge van arbeidson­ge­schikt­heid of anders­zins is onder­broken tot het moment van werkhervatting.
    17. De onkostenvergoeding wordt verstrekt omdat de werknemer op het moment van het toekennen van de onkostenvergoeding werkzaamheden verricht die noodzaken tot het maken van de betreffende kosten. De werkgever zal gerechtigd zijn de vergoeding van deze onkosten te beperken of te doen vervallen, indien en voor zover de werknemer op enig moment in de toekomst als gevolg van een wijziging van de functie, een wijziging van de feitelijke werkzaamheden, een wijziging van de werkwijze of anderszins de betreffende kosten niet of in mindere mate maakt.

     

     

     

    Leave a Reply

    OpSeyst – Persoonlijke aandacht